Pijn geeft aan dat er iets mis is in het lichaam en is dus van essentieel belang voor de gezondheid van de mens. Het ontbreken van pijnsignalen kan ernstige aandoeningen veroorzaken omdat we dan niet alert reageren op gevaarlijke situaties. De zenuwuiteinden zijn vaak de bron van de pijnsignalen, die via de zenuwbanen worden doorgegeven aan het ruggenmerg en de hersenen.

Pijn kan op diverse manieren worden ingedeeld. Ten eerste is er een indeling op grond van de manier waarop de pijn ontstaat. Pijn als gevolg van een (acute) verwonding, bijvoorbeeld een snee in een vinger of een gebroken been, of een dreigende beschadiging (branden van de hand na aanraken van bijvoorbeeld een hete pan.) Gespecialiseerde zenuwvezels (A-delta-vezels en C-vezels) worden geprikkeld door de verandering in druk, temperatuur of ontstekingsstoffen die vrijkomen bij weefselbeschadiging deze geven een signaal door aan het ruggemerg en de hersenen.

Is er een beschadiging van zenuwvezels of raken zenuwbanen bekneld, dan ontstaat er zogeheten neurogene pijn. Een goed voorbeeld daarvan is de fantoompijn, pijn die wordt gevoeld in een arm of been dat er niet meer is. Prikkeling van de overgebleven delen van de zenuwbanen uit het geamputeerde lichaamsdeel leiden dan tot een pijngevoel. Ten slotte is er pijn die niet kan worden gelinkt aan lichamelijke oorzaken, het komt voort uit een gemoedstoestand. Bijvoorbeeld het pijnlijke gevoel bij intens verdriet.

Pijn is meer dan een zenuwprikkel

Het bewust zijn van pijn gaat niet altijd gelijk op met de mate van weefselbeschadiging of mate van pijnprikkels. Soms wordt bij een grote weefselschade geen pijn ervaren, terwijl aan de andere kant een kleine beschadiging (soms zelfs een aanraking) als heel pijnlijk kan worden ervaren. Behalve de persoonlijke gevoeligheid voor pijnprikkels (pijndrempel) speelt hier de manier waarop een pijnprikkel ontstaat een belangrijke rol. Zo voelen mensen die bijvoorbeeld gewond raken in een levensbedreigende situatie meestal geen pijn tot het moment waarop zij gered worden. De pijnprikkels dringen tot op dat moment niet door tot het bewustzijn. Daarnaast kan de reden van de pijn bijdragen aan een sterkere of juist kleinere pijnsensatie. Zo zal een heroïneverslaafde de prik van zijn injectienaald nauwelijks voelen omdat er een beloning volgt. Een kind dat bijvoorbeeld wordt gevaccineerd zal de prik van de naald als zeer pijnlijk ervaren, het kind weet niet wat hem te wachten staat en het nut ervan ontgaat hem op dat moment volledig. Ervaring van pijnprikkels in het verleden kan een belangrijke rol spelen bij de hevigheid van de pijn ervaring.

Pijnbestrijding

Pijn kan op vele manieren worden bestreden, een online dokter kan u hier over informeren. Om te beginnen is het van belang te weten wat de (medische) oorzaak van de pijn is en of de oorzaak kan worden weggenomen. Bij pijnbestrijding met geneesmiddelen kan gebruik gemaakt worden van diverse middelen. Elk van deze middelen hebben een specifieke eigenschap en toepassingsmogelijkheid. Relatief lichte pijnstillers zijn paracetamol en de zogeheten niet-steroïde anti-inflammatoire (NSAID) middelen zoals aspirine, diclofenac en ibuprofen. NSAID'S remmen de aanmaak signaalstoffen die onder andere de gevoeligheid van pijnreceptoren voor prikkels vergroten. Deze lichte pijnstillers zijn vrij verkrijgbaar op de Nederlandse markt.

Sterkere pijnbestrijding is mogelijk met medicijnen die behoren tot de opiaten, dit zijn stoffen die verwant zijn aan morfine, dit is het werkzame bestanddeel van opium. Voor acute pijn, zoals postoperatieve pijn, wordt morfine steeds meer gebruikt in de vorm van gecontroleerde injecties door de patiënt zelf, dit gebeurt met behulp van een pompje. Voor chronische pijn, zoals bij kanker, heeft men tegenwoordig de keuze tussen diverse mogelijkheden om de geneesmiddelen toe te dienen. Over het algemeen wordt de voorkeur gegeven aan orale toediening van medicatie zoals Tramadol tabletten, capsules en drinkbare oplossingen, behalve wanneer de patiënt moeite heeft met slikken wordt een injectie toegediend.

doktersdienst